In Battambang sprongen we in een bus richting de Thaise grens. We bekeken het Cambodjaanse landschap voor de laatste keer en luisterden naar de gezellige karaokemuziek. Nadat we de grens te voet overgestoken hadden bracht een mooi nieuw minibusje ons over een gladde snelweg naar het moderne centrum van Bangkok. Wat een verschil zeg :-). We brachten een paar dagen in Bangkok door, bezochten het koninklijk paleis en we gingen naar de bioscoop om te kijken wat er waar was van de verhalen over het opstaan voor de koning (antwoord: alles). Daarna namen we de slaaptrein naar onze volgende bestemming: Vientiane, de hoofdstad van Laos.
Het belangrijkste dat we in Vientiane wilden doen was het aanvragen van onze Thaise visa. Klinkt misschien gek, maar als je over land Thailand binnengaat (zoals wij aan het eind van deze blogpost) krijg je een visum voor slechts 15 dagen. Dat was voor ons te weinig, dus moesten we naar een Thais consulaat. Terwijl onze paspoorten bestempeld en beplakt werden bezochten we de Laotiaanse interpretatie van de Arc de Triomphe (van veraf best aardig, van dichtbij een homp beton) en het nationaal monument en fietsten we vrolijk langs de Mekong.
Nadat we onze paspoorten hadden opgehaald namen we de bus naar hét backpackersicoon van Laos, Vang Vieng. Het dorp, volledig overheerst door dronken dan wel hun-roes-uitslapende jongeren, bestaat uit een aaneenschakeling van eetcafeetjes met lage tafeltjes en loungekussens, waar de voorgenoemde jongeren als een soort zombies naar non-stop Friends-afleveringen liggen te kijken. Heel begrijpelijk overigens, want de eetcafeetjes hebben heerlijk eten en nog heerlijkere fruitshakes (Oreo-banaan anyone?), het kost geen kip, en laten we eerlijk zijn, wie wil er nou niet de godganse dag op z’n luie reet Friends kijken?
Voor degenen die iets meer inspanning kunnen verdragen dan het af en toe keren om doorligwonden te voorkomen biedt Vang Vieng ook nog een andere attractie: het ‘Tuben’ in de rivier. Dat houdt in dat je een tractorbinnenband huurt bij de locale tractorbinnenbandenmaffia en je met een tuktuk een stuk stroomopwaarts laat droppen, zodat je vervolgens in je band terug naar het dorp kunt dobberen met onderweg de mogelijkheid om uit te stappen bij de cafeetjes op de oever om bij te komen van al het gepeddel (droog seizoen = laag water = weinig stroming = vast komen te zitten op de bodem). Onderweg verzamelden we langzaam maar zeker een bont gezelschap van mede-dobberaars zoals de Braziliaans-Israëlische Freddy Mercury look-alike die bijzonder onder de indruk was van het feit dat we uit Amsterdam kwamen en elke keer dat het gesprek doodviel met een grote grijns zijn favoriete onderwerp aansneed: “So, Amsterdam, hehehe”.
Na een paar dagen totale ontspanning boekten we een VIP bus naar Luang Prabang. De VIP bus bleek een oud barrel met open ramen in plaats van airco, maar dat was prima want het was heerlijk weer en door het gebrek aan vuil glas konden we goed naar buiten kijken tijdens de rit door de groene bergen. Luang Prabang was een verademing in de vorm van een gebrek aan moderne reclameborden en andere nare bijkomstigheden van massatoerisme. Thank you UNESCO werelderfgoedlijst :-). Het beschermde stadscentrum bestaat uit mooie houten gebouwen (vooral guesthouses en restaurants) en is bijzonder sfeervol. ‘s Avonds verandert de hoofdstraat in een leuke nachtmarkt met alle lokale arts & crafts.
Vanuit Luang Prabang namen we de ‘slow boat’ (ongetwijfeld zo genoemd omdat hij nogal langzaam gaat) naar de grens met Thailand. We sloegen proviand in voor de tocht van twee dagen bij een winkeltje dat (zo bleek toen we al op de boot zaten) gespecialiseerd was in het overstickeren van verstreken houdbaarheidsdata. Onder het genot van taaie koekjes voeren we door het schitterende landschap, met hier en daar wat badderende koeien, naar het noorden. Een laatste boottochtje bracht ons aan de overkant van de Mekong, waar we onze mooie Thaise visa lieten bestempelen en aan het laatste land van onze reis begonnen.
Niiice!
Laat dat laatste land jullie goed smaken :)
Oreo-banaan Me want!
Dat ziet er weer prachtig uit jongens, cultuur, natuur en ontspanning wat wil een mens nog meer? Nog vele beeldschone zonsondergangen gewenst!