Hello mistèèèèr!

“Yes boss, taxi?”
- “No, thanks.”
“Maybe tomorrow?”
- “No, thanks.”
“You need room?”
- “…”

Mocht je van plan zijn ooit nog naar Bali te gaan, bereid je dan voor dit gesprekje elke dag veertig keer te voeren.

Vers uit het vliegtuig werden we meteen geconfronteerd met een mooi stukje Indonesische logica. We moesten onze visa met contant geld betalen en de enige manier om aan roepia’s te komen — de pinautomaat — stond aan de andere kant van de douane. Gelukkig schoot een van de overvloedige imigrasi-medewerkers ons te hulp: als we onze paspoorten bij hem achterlieten mochten we wel even langs de douane om te pinnen. Prima. Toen we terugkwamen was de man (uiteraard) verdwenen, maar gelukkig zag Richtje al snel haar knalroze paspoorthoesje in de verte. Een andere man had vast onze visa voor ons opgehaald en we konden meteen het land in.

In Kuta liepen we nog steeds tussen de Australiërs, alleen hadden ze hier allemaal een Bintang-shirt aan; fijn volk. Gelukkig verhuisden we als snel naar Ubud, een leuker dorp in het binnenland. We lieten ons beklimmen door de loslopende apen en huurden een brommertje om de tempels in de buurt te bezoeken. Niet te vinden overigens, maar de rit door de kampungs en de rijstvelden was erg mooi :-).

Na ongeveer een week landden ook mijn vader en zijn vriendin op Bali. Met hen bezochten we de grote vulkaanmeren in het midden van het eiland en het aardige waterpaleis Tirta Gangga. Daarna staken we over naar Java.

Java is het drukst bevolkte eiland ter wereld, en dat is te merken ook. Overal zijn mensen en overal is verkeer, wat in combinatie met de waardeloze staat van het wegdek resulteert in eeuwige opstoppingen. Onze gemiddelde snelheid op de hoofdwegen (ik had bijna snelwegen opgeschreven, maar daarvan schoot ik in de lach) was ongeveer 40 kilometer per uur. Tel daar nog bij op dat de Indonesiërs zich absoluut niets aantrekken van de verkeersregels (voor zover die er zijn…) en je kunt je voorstellen waarom het over het algemeen afgeraden wordt zelf te rijden in Indonesië.

Tussen de verstopte wegen en smerige dorpen door waren er gelukkig ook nog mooie dingen te vinden op Java. We klommen in de krater van een actieve vulkaan (waar een recent gevormde lavakegel vrolijk narookte) en bezochten de gigantische boeddhistische Borobudur en de indrukwekkende Hindoetempels van Prambanan. De Javanen waren overigens unaniem over de belangrijkste attractie op hun eiland: die rare blanke toeristen.

Na onze tropische kerst brachten we ook de jaarwisseling geheel in Aziatische stijl door (de mooie hotelkamer in Yogyakarta niet meegerekend): de straten van stoep tot stoep vol met auto’s, brommers en mensen, illegaal vuurwerk, en een stevige voedselvergiftiging. Vlak voor middernacht onderbraken we onze kotsestafette even om van het balkon naar de menigte en het vuurwerk te kijken en daarna kropen we snel terug in ons bed (dat gelukkig vlakbij de badkamer stond).

Op onze voorlaatste dag bezochten we de stad waar ik 13 jaar geleden gewoond heb. Daar werd het tempo van de ontwikkeling van Indonesië goed duidelijk, want er was behalve ons bungalowpark op de berg weinig herkenbaars van over. Ik weet ook vrij zeker dat er destijds geen McDonnald’s, KFC, Buger King, en Pizza Hut waren :-).

Tot slot kwamen we na een tergend trage rit aan in Jakarta. We zeiden Kees en Katrin (voorlopig) gedag en deden nog een moedige poging de mooie kant van de gigantische metropool te ontdekken. Jammer genoeg stonk het oude stadscentrum een uur in de wind en stond het grote stadhuis uit de Nederlandse tijd letterlijk weg te rotten. Het museum dat het gebouw huisvest was even triest: de meeste bezoekers vonden het doodgewoon om de antieke kaarten, schilderijen en meubelen uitgebreid te bevoelen en beklimmen.

Na twee hectische weken Indonesië konden we wel weer wat orde en regelmaat gebruiken. We waren blij dat we naar Singapore gingen!

This entry was posted in Indonesië. Bookmark the permalink.

One Response to Hello mistèèèèr!

  1. Regina says:

    Hallo wereldreizigers weer geweldige verhalen over jullie reisavontuur.
    Wij zijn net terug van een paar dagen Limburg.Vanuit Limburg zijn we doorgereden naar Eindhoven, hier moest Jeroen gisteren zijn proefschrift verdedigen. Hij is nu dus Dr. Jeroen Arnoldus.
    Hier is de zomer nog ver weg, geniet dus nog maar even van het warme weer!!.
    Wij zijn zeer benieuwd naar jullie volgende verhalen.
    Liefs Regina en Kees.

Leave a Reply